Van gelovige mannen gesproken! Wat laat onze Fabian, wielrenner bij de Gratie Gods, aan de vooravond van de Ronde van Vlaanderen zomaar, out of the blue, optekenen:
‘Soms ben ik wel bezig met wat volgt op de dood. Ik ben overtuigd dat er iets is, eens we afscheid hebben genomen van het aardse bestaan. Verder kom ik echter niet. Ook niet als ik nadenk over de oorsprong van het menselijke leven. Waar ligt die? Bij Adam, bij Jezus of bij de aap? Waarom ligt er sneeuw in Zwitserland en in Qatar alleen maar stenen en zand?’
Ja, en waarom de kasseien in Vlaanderen liggen, dat weten we allicht morgen omstreeks een uur of vier. Al dan niet geillustreerd - gelardeerd - met het zachte zwaaien van een Zwitserse vlag?
Johan Debruyne Wel Daan, ik was gevraagd tijdens een begrafenis een paar teksten voor te lezen. Ik zat naast dit ding. IK suggereerde gewoon om er symbolisch iets mee te doen. Weg hoeft het niet voor mij. En delen van VG's naam kunnen gerust blijven. Dan heb je geen geschiedvervalsing. Maar een kunstenaar als Paul Perneel bijvoorbeeld zou een knappe wonde in de muur kunnen kappen.
donderdag om 22:55 · Vind ik leuk · 2 personen.
Dit n.a.v. navolgend bericht in het Laatste Nieuws van donderdag 11/8/2011:
"Kunstcriticus Johan Debruyne wil de marmeren inhuldigingsteen in de kerk van Sint-Thomas van Kantelberg in Male, waarop de naam Roger Vangheluwe prijkt, artistiek laten bewerken. "Een beeldhouwer kan er iets moois van maken" zegt Debruyne. "Vanuit het bisdom zou het bovendien een positief signaal zijn". Het Bisdom zelf reageert afwachtend op het voorstel."
Vindplaats: "Het schone grote Facebook-boek van al mijn dagen".
Waar was ik op de dag dat Dylan Sara schreef?
Was er beroering, stond er wind? Herinner ik mij mezelf
als wie ik was? Jong. En wars van alles, wars van tijd.
Fraseur! Lay lady lay in elke uithoek, in elke wigwam
van mijn hoofd. En zijn geneuzel, zijn koud
en kaal gekras dat op bleef spelen in mijn oor.
Ouwe koukleum van mijn gemurmel! Nooit
heb ik vermeden waar het hem om ging.
We gaan slapen en we dromen. En elke nacht
opnieuw kan elk voornemen lijken op een eed.
Wat een zootje... Vanaf vorige vrijdag verbeteren we met zijn allen en dat zolang het nog duurt elke dag een wereldrecord. Stel je voor. Een wereldrecord. Wij! In een landje dat op apegapen ligt. Een baard krijg je er van... Je kunt er natuurlijk – altijd in voor een grapje - ludiek over doen. En blijven doen. Je kunt van de weeromstuit Bij Sint Jacobs uit de kleren gaan, samenstromen op het Poelaertplein of dansen op de Place Saint Lambert. Of je kunt zoals nog anderen in een totale afkeer van wie ons regeert, of dat zou moeten doen, ‘ns goed in afzondering gaan. Even de andere kant opkijken. Enkel en alleen om van dat trieste potjesvoetbal dat ons huidig escadron politici te bieden heeft af te zijn. Het niet meer te moeten aanzien. Enfin, één ding dient zich aan, ook dit is een Belgische realiteit: langzaam maar zeker zie ik om mij heen én alom de moeheid in de rangen sluiten… Elke dag wat meer. Elke dag wat herkenbaarder. Op de trein en op de tram. Langs de A17 en de E40. Met teflon en beton. Met of zonder slappe lach. Op de grintweg en bij het frietkot van Verkindere lees ik steeds meer in alle ogen: Wij zijn het beu. Time ’s up. Let it be naked.
Daarom dacht ik vanmorgen – altijd in voor een mooi gebaar - op de ochtend van de 251° dag zonder regering, ik geef die De Wever ‘ns een boek cadeau. Een boek van de Engelse historicus Tony Judt met als mooie stichtende titel “Het land is moe”. Het moet niet altijd in het latijn. Maar het is natuurlijk maar de vraag of zo’n De Wever daar een boodschap aan heeft. In plaats van blind vertrouwen te hebben in de vrije markt kunnen we vertrouwen op medeburgers en de staat zelf. Dat staat er ergens in het boek. En De Wever en de vrije markt dat zijn nu eenmaal handen op één en dezelfde buik. Enfin de match sleept zich als in dat moede schuivendnaarzee-gedicht van die ouwe Antwerpenaar naar zijn absolute eind. En daar wachten ons, wat dacht je, nieuwe verkiezingen, want dat is toch wat die toekomstig burgemeester van een De Wever wil. Wat zei Jan Mulder deze week ook alweer nadat zijn geliefde Anderlecht een reeks kansen één voor één en uiterst pijnlijk de nek had omgewrongen? Jongens, hou toch op met die pirouettes in het strafschopgebied. Durf dan toch, geef dan toch die splijtende voorzet!
Well except for the name and a few other changes the story is the same one. (Neil Diamond komt straks - I am I said - weer naar Antwerpen nietwaar…). Maar misschien, heel misschien is het nu wel tijd voor iets totaal anders. Een beweging, een ramkoers, een deviatie op links of misschien wel een nieuwe partij… Die straks écht onze stem verdient!
Extern: De regeringsvorming, overal op alle plaatsen, en ondermeer ook op:
De nieuwste editie van de Dag van het Woord is gisteren een prettige hommage geworden aan een dichter en prozaïst die al een heel schrijversleven-lang de grote belangstelling weet te vermijden. Hoe hij daarin is geslaagd blijft voor ons voor altijd een raadsel. Willy Spillebeen heeft zich immers in al die jaren een staat van verdienste bij elkaar geschreven waarbij veel dingen (én schrijvers & scribenten) verbleken. In het interview met Philip Hoorne, onverbiddellijk Knack-recensent, zei Spillebeen de hommage in Harelbeke een beetje gelaten te ondergaan. Voor hem hoefde het niet echt. Maar het echt erg vinden, nee dat was nu ook niet het woord… Toch had Willy Spillebeen het met Heer Hoorne veel liever over “Blues om wat blijft”, zijn gloednieuwe dichtbundel die, uitgegeven bij Uitgeverij P, gisteren aan een zeer talrijk opgekomen publiek werd voorgesteld. Voorafgaand aan het gesprek lazen Lut De Block, Lies Koopman, Herman Leenders, Sylvie Marie en Stefaan Van den Bremt bij wijze van eerbetoon een gedicht van Spillebeen en eentje van zichzelf. Leerlingen van de Harelbeekse academie evoceerden een aantal gedichten van Neruda die eerder door Willy Spillebeen waren vertaald. Verder sprak het voor zich dat ook op deze editie van de Dag van het Woord de jaarlijkse poëzielaureaten niet konden ontbreken. Negen én daarbij nogal wat vertrouwd klinkende namen kwamen ook gisteren weer op het Harelbeekse podium terecht. De winnaars staan intussen al na te lezen in dit keurig Witlof-lijstje. Tjitske Jansen, dit jaar in Harelbeke gastdichteres, las ter afsluiting van de wat lang uitvallende, en af en toe wat grappig door nogal wat regiefoutjes onderbroken namiddag, haar Harelbeke-Kalle met de haak-gedicht. Mooi! Harelbeke en de poëzie? Bij leven en welzijn: volgend jaar opnieuw!
Extern:
H.F. Jespers over 'Blues om wat blijft' en over het werk van Willy Spillebeen: Ik heb geschreven wat ik kon.
Het jaar? Alles goed met het jaar! En voornemens, vraagt iemand. Zijn er dan geen voornemens? Jazeker zijn er die. In mijn geval hebben die, wat had je gedacht, altijd weer met het afronden van dingen te maken die begonnen zijn. Een gedicht bijvoorbeeld dat langer uitvalt dan er woorden zijn. Een hoofdstuk van een tekst gewijd aan De Oogopslag en wat daarin besloten ligt. De Troost van Kunst en Tuinen. Het Grote Efemeridenboek… Of een plaatsbeschrijving voor de schilder die ik niet (altijd) meer ben: Waar plant ik mijn ezel... Enfin, het lijstje wordt er elk jaar nog langer én mooier op. De beste voornemens plaveien ons. En onze weg.
Maar echt lang hielden de eindejaarformules het ook dit jaar niet vol. Nauwelijks enkele sherryglazen later of we stonden opnieuw met de beide voeten in de zacht verzopen beemden van nu en altijd. En meteen ook was er alweer die mooie ergernis. Terug van nooit weggeweest. Wat had ik dan verwacht? Dat een Mollige Menner als ene Bart D. die graag beweert het over ontvetting te hebben maar niks dan sociale afbraak in het oubollige vaandel voert, enkel een beeld was dat bij een verloren jaar hoorde? Dat al die junk- en foodmail in mijn mailbox er op een dag niet meer zou zijn. Dat de Witzel-tackles in januari niet langer rechtstreeks naar het been zouden gaan? Dat op een dag de anonieme gifkikkers uit alle reactiedingen zouden verdwenen zijn… Dat de neerslag het peil van de Mark niet meer teisteren zou en Geraardsbergen niet meer blank zou staan. Enfin, dat alles met de jaarwende plots iets beter zou gaan... Was het dat wat ik had verwacht? Natuurlijk niet. Maar toch, één iets… Van één van mijn mooie voornemens had ik verwacht dat het net iets langer stand zou houden dan het heeft gedaan. Eindelijk, eindelijk zou ik er in het nieuwe jaar in slagen, zo nam ik mij voor, om absolute voorrang te geven aan wat mij begeestert en niet langer aan wat mij ergert. En wat zie ik nu, wat stel ik vast? Met aplomb zelfs: amper twee weken later staat het kacheltje van de adrenaline en de ergernis alweer snorrend in een uithoek van mijn kamer. Roodgloeiend en wel. Mooi is dat. Wat zeg je, niet regeren? Niet scheren verdorie! Hier met die baard! Uit protest? Nee hoor, ik registreer gewoon wat baardgroei die de voorbije dagen plotseling en als vanuit het niets op mijn gezicht is komen zitten. En bovendien niet van plan lijkt om daar nog heel snel weg te gaan.
"Kindjes die vragen, worden overgeslagen”, zei Tom Lanoye laatst op de Nos. Maar gelukkig zei hij nog veel meer dingen waar wij bij nader inzien alleen maar vierkant achter kunnen staan. Zijn visie over de grote inzet van het moment én zijn zorg om het stelletje Vlaamse populisten dat ons al een half jaar aan de klap, en aan het lijntje houdt en eigenlijk maar heel zelden de indruk wekt ook nog voor een oplossing te willen zorgen, kan ik enkel delen. En ik hoop - bij wijze van eindejaarswens - van u krek hetzelfde!"
Vlak is mijn wit,
En wit als een stenen vis.
Onthuisd is mijn vel.
Ontvolkt ben ik.
Zij is een andere geworden. Mijn oog ontwend,
Die in mijn nekvel woonde.
(uit ‘Een vrouw’ van Hugo Claus het 12° gedicht – in de Oostakkerse gedichten”
Zo staat het er, zoveel jaren later: “Eerste muze van Hugo Claus overleden.” Het klinkt wat gratuit. Een kop in een krant. Niks meer. De foto van Louis Van Paridon in de Standaard van vandaag geeft hen beiden geheel en al terecht wat lichte sterallures mee... Maar de Oostakkerse gedichten neemt niemand nog van hen (en van ons) af.
Graag te noteren: Digther bestaat tien jaar. En dat wordt, wat dacht je, behoorlijk in de verf gezet. Iedereen welkom op zaterdag 6 november 2010 om 20:00 u. in CCKruispunt Diksmuide.
Bij deze gelegenheid wordt de mooie bloemlezing “Watermerk” voorgesteld.
Gisteren werd in Laarne de Melopee-poëzieprijs toegekend. De prijs die aan zijn tweede editie toe was, koestert de mooie ambitie om jaarlijks uit alle Vlaamse literaire tijdschriften de 21 beste gedichten naar voor te schuiven. Laureaat gisteren was Marc Tritsmans met het gedicht "Geen aanleg" dat verscheen in "Het liegend konijn".
De 21 genomineerde gedichten over 2009 werden ook dit jaar weer opgenomen in een bloemlezing en zijn van de hand van Willem M. Roggeman, Erwin Mortier, Frans De Peuter, Paul Rigolle, Lies Van Gasse, Benno Barnard, Bernard De Wulf, Roland Jooris, Peter Theuninck, Peter Holvoet-Hanssen, Maarten Embrechts, Johan Wambacq, Johan De Boose, Jan Baeke, Hester Knibbe, Herman Leenders, Herlinda Vekemans, Frédéric Leroy, Eric Spinoy, Anton Korteweg en Marc Tritsmans. Een aardigheidje is dat op dit lijstje niet minder dan 3 redactieleden van het tijdschrift Digther prijken! En wij gelukkig!
De bundel is verkrijgbaar bij de dienst Vrije Tijd & Jeugd in Laarne
Dorpsstraat 2, B – 9270 Laarne t.a.v. Jolien Van de Wiele +32 (9) 365 46 26 / jeugd.cultuur@laarne.be en bij het Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, 9000 Gent.
Pas verschenen en nog wel geheel en al vandaag: EEK! Eengedicht!, een nieuwe poëziebloemlezing voor de 2° en 3° graad van het BSO.
Samenstelling: Frank Pollet en Patrick Van Lysebetten.
EEK! bevat (ongeveer) evenveel gedichten als er lesweken in een schooljaar zijn. Eén gedicht per week dus. Kennismaken, nippen, proeven. Elke week een beetje minder 'makkelijk', een beetje minder 'toegankelijk'. Het boek bevat ook mijn gedicht “Vleugels”.
Meer info: via dit bericht van de Nieuwsmeester en bij uitgeverij de Boeck
EEK! Een gedicht is een uitgave van Uitgeverij de Boeck, Antwerpen, telt 68 pagina's en kost nauwelijks € 6,99. Wat zeg je daarvan!
Iemand zegt “ het is een liturgie”. Een ander spreekt over een diep en intens geloof… Een hartstocht die zich naar binnen vreet. Nog iemand schudt het hoofd en denkt aan dingen die er wél toe doen. Maar wat het in het echt mag zijn? Een passie met Pasen... Theater. Iets sacraals. Platvloers al evenzeer. Een storm en drang is het – Easter on sunday - die ons uit onze huizen jaagt. Een brein dat ons vernauwt. Elke koele kikker wordt vandaag een held. Elke heuvel een berg die ik beklim. Tot hij overgaat.
"Vanavond, na bijna honderd jaar van valse hoop en frustratie, na decennia van proberen en een jaar van volgehouden debat, heeft het VS-Congres eindelijk verklaard dat de families, werknemers en de KMO's van Amerika de zekerheid verdienen om te weten dat ziekte noch ongelukken in dit land de dromen in gevaar moeten brengen waar ze hun hele leven voor gewerkt hebben."
Dat noemen we hier nu 'ns een citaat om met het mooiste rood dat we maar kunnen vinden te omranden! Niettemin blijft de score erg veelzeggend over de Amerikaanse gedachte over solidariteit: 219 tegen 212! Hoe noem je zoiets? "Krap" misschien?
Ik lees net het bericht dat de Ako-literatuurprijs 2009 naar Erwin Mortier gaat. Voor “Godenslaap”. Het is volkomen terecht. Deze zomer was ik in het boek begonnen met wat getreuzel. Met enige kortademigheid. En hooikoorts, de luie zomerlezer in ons eigen… Wat ging immers aan dit boek, voor ik het in mijn eigen handen hield, al niet vooraf? Dat was de vraag vooraan in augustus: kon dit boek ook nog waarmaken wat het beloofde. Alles wat je als geabimeerde lezer (geabimeerd door pers en roddel, gossip en voorbehoud, de jubel van velen) vooraf al te weten bent gekomen leg je als lezer immers niet zomaar naast je neer. Maar “Godenslaap” bracht je van de zomer toen je het boek las niet eens van je stuk. Het bracht je in vervoering... De wil om hele frasen te bewaren, het optekenen van hele halve bladzijden greep wild om zich heen. Dit was... Dit was de zoon van Claus die de meester in één augustusmaand al was voorbijgestoken. Dit pas, zonder enige helaasheid, was Dé échte keizer van de smaak. Marguerite Yourcenar in mannenpak... Mijn eigen notities en citaten coverden algauw een kwart van het boek. Niet vol te houden was het, mijn amechtig noteren. Godenslaap bleek na afloop een kanjer van een boek. En Erwin Mortier een kei van een schrijver. “Een schrijver moet slechts bekommerd zijn om zijn werk, niet om het klatergoud”. Hij haalt en houdt het zelf al jaren aan. Maar als het goed is moet je het erkennen. Grif. Waarachtig. Meer, als het goed is moet je juichen. En bekronen! Het klinkt dan ook verbazend luid vanmorgen. Vanuit Wapenstilstand en vanuit de Westhoek van al mijn plaatsen: Mortier, onze gelukwensen! De prijs en de slaap van de goden zit je als gegoten!
En dan is ie er. Met de post gekomen. Vanuit Gent, hierheen. Al enkele dagen ligt hij naast je, vergezelt je, hult zich in het zwijgen van zijn cover... Bezig al met wat zijn roeping is, zijn opdracht: je niet koud te laten. En evenmin een ander. En dan – daar is het ogenblik al - lees je met andere ogen. Het typoscript enkel nog een herinnering van printpapier die nog wat blijft duren. Je spelt ze uit, de gedichten, je pelt ze af alsof ze van een ander zijn. Soms glimlach je om de herkenning. Soms grimlach je omdat je net iets teveel jezelf herkent. Die ene stem is het waarmee je het moet doen. En er bieden zich al nieuwe mogelijkheden aan. Dingen die misschien toch nog net iets anders hadden gekund. “Stukken van mensen zoeken zichzelf terug” had ook kunnen zijn “Stukken van mensen zoeken hun mens terug”. Maar het is mooi geweest. Je weifelt nog even. En dan is het zover, Van het hart een steen: er staat wat er staat, is wat het is… Zal zijn wat het zal zijn. Je snuffelt en je taxeert; en je besluit om het meteen in de armen te sluiten: het eerste exemplaar!
Van het hart een steen, de vierde dichtbundel van Paul Rigolle wordt op vrijdag 23 oktober 2009 om 20:30 u. voorgesteld in de Werf, Werfstraat 108 in Brugge.
Frank Pollet leidt in, Paul Rigolle leest en Jef Van de Casteele
zorgt voor enkele hartverscheurende muzikale tussenkomsten…
Van het hart een steen is na 23 oktober verkrijgbaar in de betere boekhandel, on-line of via de uitgeverij Poëziecentrum
Alle info via de Van het hart een steen-link.
1. Na de kleine Nucleus-crash van 18/03/2005 zijn alle daar aan voorafgaande reacties op deze bladzijden verloren gegaan. Jammer maar helaas!
Sindsdien - wat had je gedacht - zijn we gewoon opnieuw begonnen.
2. Zoals men merken kan is op deze blog de "comments-moderatie" van toepassing. Dit heeft te maken met een aantal 'wrange' reacties uit het verleden. Alweer jammer maar helaas! En bedankt voor het oefenen van wat geduld!