vrijdag, februari 08, 2008

Meeuwentemmer (M/V)

En ondertussen in Oostende...

Van al de badplaatsen en de plaatsjes aan die schreeuwlelijke kustlijn van ons is en blijft Oostende de enige echte appel in mijn ogen. Nee, niet Blankenberge, Koksijde of Knokke, bewaar me. Geen Nieuwpoort zal mij verblijden. Als er ooit sprake moet zijn van een maitresse die zichzelf de houding van een stad aan kan meten laat mij dan glorieus mezelf bedriegen met Oostende. Haar hotel Du Parc, haar Stedelijk dat sinds er een winkelpand in de plaats is gekomen letterlijk op straat moet zitten en haar PMMK, haar vistrap, haar renbaan en haar inwijkelingen (Claus! Snoek! Mutsaers! ). Haar Remi's en haar Mar(t)inen, haar dikste Mathilde. Ensor, Spilliaert en Gaye, haar Velter en haar Zeezotje... Alles is goed genoeg om mij voor zo’n zondags tripje richting Oostende vooruit te branden. Wie in al dat lelijke moois, wie in het verscheurde en het voorgoed verkwanselde van deze kleine stad van mijn voeten zichzelf kan blijven herkennen moet welhaast een dichter zijn. Hoeft het te verbazen dat de poëzie sinds jaar en dag hoogtij blijft vieren in Oostende? In de zomer is er Taz (Theater aan zee), een vertrouwd begrip ondertussen. En net hebben ze opnieuw, wat ze er zelf noemen de meest prestigieuze poëzieprijs van Vlaanderen uitgereikt. Tweejaarlijks 4375 Euro veil te hebben voor niet meer dan negen gedichten, het is inderdaad niet niks. Een mens mag er niet aan denken hoeveel dichtbundels daarmee zouden uitgegeven kunnen worden. Al zeg ik er meteen graag bij dat de prijzen net als zoveel jaar geleden ook dit keer heel goed terecht zijn gekomen. En nog is dit niet alles in Oostende. Graag ruim ik in deze kolommen plaats voor wat er dit weekend staat te gebeuren. Liefde tussen de lijnen. Het lijkt wel voetbal, maar het is het niet. Wie zoals Geert Tavernier en zijn medewerkers in één en hetzelfde weekend ondermeer Hafid Bouazza, Liesbeth Lagemaat, Peter Theunynck, Tsjad Bruinja, Rob Schouten, Dimitri Casteleyn, Erwin Mortier, Bart Moeyaert en andere Kees Van Koten’s naar zijn stad kan halen, verdient niets dan waardering. En o ja, voor ik het vergeet, ook dit nog. Ook Oostende is sinds kort een stadsdichter rijk. Ze hadden er al Hedwig Speliers, Frank Decerf, Ludo Abicht, Xavier Tricot (van wie we pas in Wintergloed in de Venetiaanse gaanderijen ook al erg aardig plastisch werk zagen…) en Paul Soete… Dus zou je denken, zo moeilijk moet dat niet zijn, een stadsdichter vinden voor Oostende. Maar nee, ook hier weer, en wat schimmig, een wedstrijdje… Een stadsdichter die geacht wordt om gratis en voor niks vier gedichten te schrijven en die ook nog ‘ns is gekozen door de jonge politici die al meteen in hun reglement laten zetten dat ze niets met het stadsbestuur te maken willen hebben, er zijn minder giftige geschenken. We wensen Eddy Debuf, zo heet de laureaat, als Oostends stadsdichter niettemin niet veel verborgen leed toe maar hij zal natuurlijk wel harder uit zijn pijp moeten komen dan wat hij in zijn eerste ged(r)icht heeft weten neer te zetten. Gezocht: Meeuwentemmer (M/V), las ik in Oostende laatst op de flank van een tram. Wedden dat ze straks ook die nog gaan vinden!

Liefde tussen de lijnen – dit hele lange weekend 8-10/2/2008
Wintergloed – nog tot 24/2/2008


Labels: , ,

2 Comments:

At 8/2/08 9:34 p.m., Anonymous Anoniem said...

Poëzieprijs Oostende
Prima keuze!
Eindelijk nog es een sterk gebouwd gedicht, met de rede te vatten.
Dat het bovendien vanuit de buik komt, emotioneel heel aangrijpend is, is een ultieme troef.
Hij heeft het!
Je zal er ook wel gelukkig mee zijn, Paul. Frédéric is voor jou geen duistere onbekende...

Hartelijke groet
Jan v m

 
At 8/2/08 10:29 p.m., Anonymous Fernand Ronsmans said...

Mag ik? Ik ben zelf niet zo'n poëziekenner als u, alhoewel ik af en toe wel eens een gedicht lees en 'n zeldzame keer wel eens een dichter in persoon weet te waarderen, maar de opvallende link die u legt tussen geld, veel geld en goede, heel goede poëzie stoort me. Te meer omdat u daarmee de volgens u waarschijnlijk al te weinig gemeenschapsgeld kostende manier waarop in Oostende een stadsdichter werd gekozen en dichter Eddy De Buf zelf (met Debuf bedoelt u hem toch?) onterecht in de schimmigheid drukt. De wedstrijd werd aangekondigd in Nederland en Vlaanderen, iedereen die wat met Oostende te maken heeft kon meedingen, in de jury zaten competente mensen (of niet?), de bekroonde dichter heeft al in zeer ruime mate zijn artistieke sporen verdiend, en tenslotte wat de kwaliteit van zijn werk betreft, stellen Decerf, Speliers en consoorten dan zoveel meer voor, of is niet veeleer het tegendeel waar? En gaat het daarover in poëzie, neen toch? Soit, in de Kappelekensbaan van Oostende worden de kleren van de keizer nog steeds con brio getoond.

 

Een reactie plaatsen

<< Home