zondag, september 21, 2008

Het mooie gedoe dat Italië heet

Zo. Nog ‘ns een keer “Terug van weggeweest!”. Het beest van de Grote Gotthard spartelde eerst nog wel wat tegen en in Zwitserland goot het als vanouds oude wijven, maar terug, dat zijn we wel. Heelhuids en onverdroten. Zo hebben we in de voorbije twee jaar onze eigen Tirreno-Adriatico-cyclus rondgemaakt. Begonnen in La Spezia en Carrara, over Firenze en Gubbio, om dit jaar te eindigen in en nabij Ancona. Van Empoli tot in Recanati. Van Dante en Petrarca, over Montale en “uitwijkeling” Ungaretti tot bij Giacomo Leopardi. Van Balmanion en Bitossi tot bij Piepoli. Italië en de Italianen! Al kom ik met elke reis een ietsje dichter bij




















hun eigen particuliere waarheid, nog begrijp ik geen snars van het mooie gedoe dat Italië heet. Een land als een draak maar netzogoed een land dat als een kamer volgestouwd staat met de mooiste dingen. Ook Le Marche (“de Marken”) maakt als streek geen uitzondering op deze glanzende regel. De heuvels leren er voor bergen en de einder ligt bezaaid met stadjes niet groter dan een dorp van bij ons, maar op hun glooiende hellingen zijn ze wel net dat ietsje beter gelegen en bovendien baden ze zonder onderbreking onder de eeuwigdurende zon van september. Cingoli, Filotranno, Urbino, Ascoli Piceno, Macerata, Loreto, San Leo, Montelupone, Fabriano, Recanati… Wie er is geweest zal er over vertellen!



















Op dit blog- en bleekboek heeft het leven – oef - al een hele tijd meer dan één dagreis voorsprong genomen op het bloggen (over het leven), en dat is maar goed ook, toch zullen hier, naar ik vermoed, in de komende weken en maanden ongetwijfeld nog wat flarden uit de recente Italië-notities worden prijsgegeven. Maar ook dat - niets Italiaans lijkt ons en onze deadlijnen wel vreemd te zijn geworden - hoeft niet meteen een zeer dwingend karakter te verkrijgen. We zien wel waar we uitkomen. Ondertussen is het hier, in het land van de generaal en de politici met de rooie koontjes, alweer wennen en uithuiveren bij de kachel. Mét de kranten van de zomer en de blogs en de bijlagen die we bij nader inzien toch maar met enig



















sardonisch genoegen ongelezen zullen laten. Het mooie motto indachtig: Wat we hebben gemist willen we al bijna niet meer weten. En o ja, wie net als ik enkele nieuwsloze weken, in een streek waar volkomen niks gebeurt, mee wil maken, die kiest met zorg een volledig uitgerust Hazenleger als uitvalsbasis. La Tana della Lepre. Erik en Dominiek, twee mannen van stavast maken er als volbloed Marchigiani hun opwachting. En jou wegwijs! Enig verlangen naar de Witte Weg die enkel kan leiden naar de warme bakker van Filotranno valt hier nu al te noteren!

Labels: ,

2 Comments:

At 23/9/08 8:35 p.m., Anonymous Anoniem said...

Wie er is geweest zal er over vertellen!
Blij met je wedervaren, Paul.

Hartelijke groet!
Jan v m

 
At 27/9/08 1:04 p.m., Anonymous Anoniem said...

Maar wat jaloers!
Ik troost me met de gedachte dat ik mijn eerste lesweek Italiaans achter de rug heb.
(en met de gedachte dat ik lekker meer nuchter was dan u op hét Kampioenschap van Vlaanderen! Maar ik houd het stil..)

 

Een reactie posten

<< Home