zaterdag, juni 16, 2007

Roeping

Een zaterdaghuis, is het. Dat moet ook de reden zijn waarom het nog niet is afgeraakt. Waarom er nu, na al die maanden, nog niemand woont. Leeft. Liefheeft. Alleen op zaterdag wordt er aan het huis gewerkt. De gevel heeft een gele steen. Niet mooi, nee. De stijl van dertien in een dozijn. Het valt niet op. En het valt niet tegen, straks, dat huis. Klassiek, degelijk, franjeloos. Een oervlaams avontuur dat saaier afloopt dan het begonnen is. Met tweeën zijn ze, soms met meer, de mannen. Hun mortelkuipen bevinden zich intussen op twee hoog. De stellingen beven onder hun gewicht. De planken veren na bij elke tred. Het zijn professionals, dat zie je zo. Bouwvakkers uit roeping. Van natuur. Wie geen roeping heeft, geeft immers geen volle vrije zaterdag prijs om nog ‘ns krek hetzelfde te doen als wat ie een hele week al deed. Ze dragen een helderblauw pak. Een overall, zo heet dat hier. Ze blijven in de weer, de mannen. Ze weten wat werken is, mijnheer. Ze houden van hun werk. Weten we veel naar welke partij bij verkiezingen hun stem uitgaat. Wel weten we dat ze met hun werk, met klampsteen of poldermoef, nu al mijn open einder hebben dichtgebouwd. Potdicht. Voorgoed. De mannen van de zaterdag… Niets weten ze van mijn woede. Niets van mijn onmacht om het open veld dat met hen verdwijnt. Ze zijn schuldig en ze beseffen het niet. Misschien is dat wel zo met elk van ons. Dat we schuldig zijn en dat we daar, terwijl we maar blijven doorgaan met ons nuttig te maken, gelukkig nog nooit iets van hebben gemerkt.

(Nootboek. Annotaties. Za 16/06/2007 – Roeping)

Labels:

1 Comments:

At 18/6/07 1:17 p.m., Anonymous ward. said...

Tuurlijk zijn we allen schuldig. De erfzonde!

 

Een reactie plaatsen

<< Home